OTAO, afzinken in vier stappen

De alomvattende term voor de engineering, voorbereiding en uitvoering van de processen die met het afzinken van een tunnel te maken hebben is OTAO® . De afkorting staat voor Opdrijven, Transport, Afzinken en Onderstromen en is sinds 1995 een geregistreerd handelsmerk van Strukton Groep NV. Heel beknopt omschreven bestaan de meeste afgezonken tunnels uit twee tunnelgedeelten op het land met daartussen de af te zinken tunnelelementen. Deze tunnelelementen worden in een bouwdok gefabriceerd en vervolgens opgedreven, getransporteerd, afgezonken en tot slot onderstroomd. OTAO® dus!

Afzinken in vier stappen

Opdrijven

Tijdens het betonwerk van de tunnelelementen worden alle benodigde tijdelijke voorzieningen voor de uitvoering van het OTAO®-proces al aangebracht. Hieronder vallen onder andere alle in  te storten  voorzieningen (ankers, doorvoeren, mangat e.d.), sparingen, kopschotten, ballasttanks, ballastleidingen, neus- en kinopleggingen, Ginaprofiel, voorspanning en dergelijke. Ook wordt dan al een gedeelte van de vooraf berekende hoeveelheid ballastbeton op de vloeren van de tunnelelementen aangebracht.
Na het voltooien van het betonwerk worden de ballasttanks gevuld met water. De tunnelelementen worden afgedicht met kopschotten, waarna het bouwdok vol water wordt gezet. Door het gecontroleerd leegpompen van de ballasttanks gaan de tunnelelementen drijven. Zodra dat het geval is, worden ze keurig afgetrimd met ballastbeton en gereedgemaakt voor transport.

Transporteren
Als de tunnelelementen drijven, worden ze door sleepboten naar de tunnellocatie gesleept. Afhankelijk van de sleepomstandigheden zijn de tunnelelementen uitgerust met extra voorzieningen. Transport over zee met hoge golven bijvoorbeeld vergt totaal andere voorzieningen dan transport over een rivier of kanaal. Zo werd de Wijkertunnel over de Noordzee getransporteerd, waarbij de betonnen tunnelconstructie extra werd beschermd tegen de kracht van de golven.

Afzinken
Gearriveerd op de afzinklocatie wordt het tunnelelement met behulp van lieren horizontaal boven de eerder gebaggerde sleuf gepositioneerd. Het tunnelelement wordt op verticale wijze bevestigd aan pontons, een drijvende bok, een hijstraverse of een combinatie hiervan. Intussen geeft een meetsysteem van zusterbedrijf Geocon continu de exacte positie van het tunnelelement aan.
Eenmaal in positie worden de ballasttanks gevuld met water. Het tunnelelement krijgt hiermee een negatief drijfvermogen. . Langzaam zinkt het tunnelelement af. In afgezonken positie rust het tunnelelement op een tijdelijke driepuntsoplegging, uitgerust met hydraulische vijzels. Met deze vijzels wordt het element verticaal exact in de eindpositie gebracht. De eerste waterdichte aansluiting van het tunnelelement op het landhoofd of een voorgaand tunnelelement wordt verkregen met behulp van het zogenoemde GINA-profiel. De tweede waterafdichting wordt in de tunnel aangebracht met het zogenaamde OMEGA-profiel,

Onderstromen
Direct aansluitend op het afzinken wordt het tunnelelement onderstroomd. Dit is de uiteindelijke fundatie voor de tunnelelementen. Met behulp van een zandpersinstallatie worden pannenkoekvormige zandplaten onder het tunnelelement aangebracht. Hiertoe sluiten duikers  een persleiding aan op de onderstroompunten van het tunnelelement. Door de tijdelijke vijzels te ontspannen, komen de tunnelelementen te rusten op de zandlaag. Vervolgens wordt de zinksleuf aangevuld en de bovenkant van de tunnel wordt afgedekt met zand en stortsteen. Missie geslaagd!